Net zoals andere websites maken ook wij gebruik van cookies (en daarmee vergelijkbare technieken) om het bezoek van onze website voor jou nog makkelijker en persoonlijker te maken. Bovendien kunnen wij en derde partijen hiermee eventueel advertenties aanpassen aan jouw interesses en kun je informatie delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

 

Ik ben geworden wie ik hoor te zijn

Hoe is het vraagt mijn vader? Ik zeg : “goed hoor”, “fijn” zegt mijn vader om vervolgens te vragen: “zal ik je moeder even geven?”

Zo verliep ongeveer elk telefoongesprek wat ik had als mijn vader de telefoon opnam als ik belde om even bij te kletsen.

 

Voor mij was dit normaal, zo ging dat bij ons thuis. Toen ging ik aan mijn persoonlijke ontwikkeling werken en toen vond ik het ineens minder normaal. Waarom vroeg ik niet aan mijn vader hoe het met hem ging, waarom was het normaal dat als ik naar huis belde, ik mijn verhaal aan mijn moeder vertelde in plaats van aan mijn vader? Zou hij geen interesse hebben? Was ik niet goed genoeg? Vraagstukken waar ik nooit eerder over nadacht, het was gewoon zo.

 

Het gesprek met mijn moeder was vervolgens niet een heel diepgaand gesprek, het was gewoon uitwisselen van de kleinigheden. Hoe is het op het werk, heb je nog zegeltjes gespaard, weet je wie er ziek is, etc. Ook daar ging ik tijdens mijn persoonlijke reis over nadenken. Natuurlijk vroeg mijn moeder mij ook hoe het met mij ging en ook hier was mijn antwoord: “goed hoor”.

 

Dat nadenken, neigde zo nu en dan een oordeel te worden. Waarom kon ik met mijn vader niet een gesprek voeren over mijn persoonlijke ontwikkeling en waarom vroeg mijn moeder nooit eens door na mijn standaardantwoord dat het goed ging. Met vrienden kon ik deze gesprekken wel voeren, maar met mijn eigen ouders niet. Teleurstelling, boosheid en verdriet kwamen dan om de hoek kijken. Ook als ik bij ze op visite ging, miste ik het doorvragen, miste ik dat het ging over de zaken die op dat moment voor mij belangrijk waren. Ik had verwachtingen die niet waargemaakt werden. Verwachtingen die ik eerder niet had, toen was het prima dat we het over de kleine dingen van het leven hadden. Dan vroeg ik soms direct naar mijn moeder als mijn vader de telefoon op nam, dan wachtte ik zijn vraag: “hoe is het met je?”, niet eens af, wat was er veranderd? Het werd er binnen in mij namelijk niet gezelliger op. Ik verwachte iets, maar kreeg het niet, was teleurgesteld en ging oordelen.

 

Maar vroeg ik door? Vertelde ik echt hoe het met mij ging? Waarom maakte ik me er makkelijk vanaf door altijd te zeggen, ”het gaat goed hoor”?

Nee, ik vroeg niet door en ik vertelde niet uit mezelf hoe het met me ging. Blijkbaar was het makkelijker om te zeggen dat het goed ging, dan te vertellen hoe het werkelijk ging, of dingen te bespreken waarvan ik niet zeker wist of ik het daar wel met ze over kon hebben. Toch waren er behoeftes om gezien te worden en ik had mijn ouders blijkbaar daar een rol in gegeven. Zagen ze me echt niet? Of zagen ze me niet op de manier zoals ik ineens bedacht had om gezien te willen worden?

 

Gedurende mijn eigen ontwikkelreis leerde ik over projectie, de kunst om de schuld buiten jezelf te plaatsen. Van projectie is sprake wanneer we worden geconfronteerd met eigenschappen en emoties van onszelf, die wel liever ontkennen, verbergen of verdringen, door deze toe te schrijven aan iets of iemand anders. Met die bril op ging ik eens kijken naar mijn projectiegedrag ten opzichte van mijn ouders.

Met welke eigenschappen en emoties werd ik geconfronteerd? Wat wilde ik liever ontkennen, verbergen of verdringen?

 

Bij ons thuis was het ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’. Praten over gevoelens, grote levensvragen met veel wollige woorden was daar niet bij. Dat wil niet zeggen dat daar niet over nagedacht werd of dat er geen gevoelens waren.

 

Toen ik me ging verdiepen in spiritualiteit merkte ik al snel dat ik veel van wat ik las, wollig en heftig omschreven vond. De boodschap die ik las, was voor mij echter heel vertrouwd. Toch had ik regelmatig weerstand tegen de taal die hoorde bij spiritualiteit, stoorde ik (en dat doe ik nog steeds soms) aan sessies waarin men pas tevreden was, wanneer er flink werd gejankt. Het leek wel of ik de enige was die niet voelde wat zij voelde, terwijl ik donders goed wist waar het over ging. Ik voelde niet de behoefte om woorden te gebruiken, die ver van mij afstonden om te beschrijven wat er in mij om ging. Ik kende of ik herkende de emoties ook niet altijd die anderen lieten zien.

 

Ik besefte me dat praten over gevoel, het echt doorvoelen en dat ook laten zien, niet van nature in me zat. Ik had dat van thuis uit niet op die manier meegekregen. En was dat nou juist hetgeen wat ik zo miste bij mijn ouders….

 

Ik zocht bij hen iets, waar ik zelf vooral behoefte aan had. Ik vond het moeilijk om gevoelens te tonen en die onder woorden te brengen en ik leek hen daar de schuld van te geven.

Toen ik dat eenmaal door begon te krijgen, werd ik milder in mijn verwachtingen, kon ik eerlijker kijken naar mijn ouders en kon ik ze ook weer zien voor wie ze zijn. Een nuchtere, gevoelige, hardwerkende man, die het beste met zijn gezien en vrienden voor heeft. En een lieve, warme, gastvrije vrouw, die voor iedereen klaar staat en zichzelf wel eens vergeet.

 

Eigenschappen die mij niet vreemd zijn en waar ik trots op ben. Inmiddels lukt het beter om bij mijn gevoel te komen en daar over te praten. Tegelijk wil ik er ook niet meer woorden aan vuil maken dan nodig is en al helemaal niet de woorden die ver van mij af staan. Ook hard werken is mij niet vreemd en met hard werken is ook niets mis mee, zolang je doet waar je blij van wordt en dat doe ik inmiddels.

Lief, warm en gastvrij zouden eigenschappen zijn die ik me een paar jaar geleden niet direct zou hebben gegeven en toch passen ze bij mij. Waar een ander misschien beter is met liefde te tonen met gevoelige woorden, toon ik dat makkelijker met mijn gastvrijheid, met liefde maak ik eten voor iedereen klaar en zorg ik voor een warme plek om te landen.

 

Dus al met al, hoe ouder ik word, hoe beter ik begrijp, dat ik ben geworden hoe ik hoor te zijn. En dat mijn ouders de ouders zijn die bij mij horen en dat zij zijn wie ze horen te zijn. Pap en mam, een diepgemeende buiging voor jullie.

 

Kan jij buigen naar jouw ouders? Kan je zien dat wat zij niet hebben geleerd, ze jou ook niet kunnen geven. Lukt het om je gemis, je behoeftes onder ogen te zien en deze niet bij anderen te halen.

Alleen jij kan de verantwoordelijkheid nemen op dat wat er is in jouw leven en te worden wie jij hoort te zijn.

Samen eens naar jouw familiesysteem kijken? Als systemisch coach help ik jou kijken naar de patronen en dynamieken die jou weghouden van jouw OER essentie. Bel, mail, app me voor meer informatie. Ik wacht op jou.

Website laten maken door Modual | Open cookie voorkeuren